visie en uitgangspunten

Onze uitgangspunten

● Vrijeschoolonderwijs afgestemd door de leerkrachten op de kinderen met hun vele vragen en initiatieven
Dit is dus onderwijs dat zich elke dag verder kan ontwikkelen met als focus het initiatief van het kind.
Als school bieden wij een bedding aan de kinderen van deze tijd, om zich in hun eigen tempo en met de volle inzet van hun meegebrachte potentieel vrij en onbelemmerd te ontplooien.
Lees meer

Ruimte voor het kind
Zoals de naam al aangeeft, biedt De Vrije Initiatiefschool ruimte voor de initiatieven van het kind.

Kern: initiatief van het kind
Mag het kind alles bepalen? Nee.
Toch nemen we serieus wat het kind aan initiatieven laat zien. Het kind laat ons in zijn of haar initiatief twee dingen in elk geval zien: wat hij wil én wat ervoor nodig is in zijn omgeving.
Zo kan een kind lange tijd weerstand voelen om letters aan elkaar te gaan schrijven en ineens uit zichzelf aangeven dat het dat wil. Ook dat is initiatief.
Zogenaamd ‘lastig gedrag’ is dus óók een vorm van initiatief.

Vooral ruimte
In ons onderwijs bieden we ruimte, tijd en een liefdevolle omgeving aan het kind om met zijn initiatief te voorschijn te kunnen komen.
We oefenen ons met elkaar om waar te nemen wat dat initiatief is, wat het zegt over wat dit kind wil ontwikkelen, en vooral dit:
– op welk moment wil het kind iets doen
– wat we daar zelf voor kunnen aanbieden.

>Wat kunnen we aanbieden?
Vaak is het niet iets wat zomaar voor het grijpen ligt. Dan is het onze uitdaging om onszelf te ontwikkelen zodat we het kind kunnen bieden wat het nodig heeft.
Misschien draait het om meer geduld opbrengen, of een minder directe manier van vragen stellen, of een bepaalde aanpak in het lesgeven ontwikkelen, of andere kinderen naast elkaar zetten of nog weer anders.

Vrijheid voorop
De leerkracht heeft de vrijheid nodig om vrij initiatief te kunnen nemen voor het kind. Zijn deskundigheid over de algemene ontwikkeling van het kind en de werkzaamheid van een bepaalde pedagogische of didactische aanpak zijn de kernleidraden.

Ook de bijdrage van ouders
Tenslotte geldt ook voor de ouders, dat zij in het licht van het geheel initiatieven kunnen nemen die bijdragen aan de ontwikkeling van hun kind of de school.
Kunnen de ouders ‘alles’ bepalen? Nee.
Het gaat erom dat we hun vragen (wat ook een initiatief  – ‘vvragen stellen’ – kan zijn!), hun ideeën en initiatieven waardevol achten teneinde het geheel van de school verder te kunnen brengen.
Daarom werken wij vanuit vrijheid van onderwijs.

>● Financiering die het onderwijs vrij laat: geen verplichte toetsing, methodes of regeldruk voor de leerkrachten
De school wordt gefinancierd door:
– ouders
– donateurs
– sponsors
… en andere schenkers.
Deze stellen geen eisen aan de prestaties van de kinderen en laten het onderwijs en daarmee de kinderen vrij.
Met ouders maken we individueel afspraken over hun bijdrage en houden daarbij rekening met hun mogelijkheden.
Lees meer

Wat verstaan wij onder vrijheid van onderwijs?

Vrijheid van onderwijs betekent juist dát: de overheid mag geen bepaalde vorm van onderwijs (en dus van opvoeding) opleggen op de kinderen.
Een school mag werken vanuit een eigen godsdienst, levensovertuiging of onderwijsvisie. In de kern van de zaak gaat het er om dat ouders dus vrij moeten zijn hun kind zo op te voeden als zij willen. Dat is een grondrecht.

Beperkte grondrecht
Helaas, dit grondrecht wordt in zijn wettelijke uitvoering heel beperkt opgevat. Té beperkt. En door allerlei extra eisen, gecontroleerd door de Inspectie voor het Onderwijs, ingekaderd.
De levensbeschouwing, onderwijsvisie of godsdienst is wel vrij, maar voor het overige is het onderwijs teleurstellend onvrij.

Onvrije eisen
Om bekostiging uit de algemene middelen (vanuit de overheid en waar ieder belasting voor betaalt) in aanmerking te komen, moet een school namelijk aan heel veel verschillende eisen voldoen. Die eisen bepalen onderwijsinhoudelijke zaken:
– een bepaald tempo waarin geleerd moet worden,
– het minutieus bijhouden van een leerlingvolgsysteem
– gestandaardiseerde toetsen
… en nog meer tijd- en energieverslindende werkzaamheden die de leerkrachten belasten.

Eenheidsworst
Ongemerkt oefent door de overheid – met alle financiële macht – druk op alle ouders om hun kinderen binnen een bepaalde levensbeschouwing groot te brengen. Deze levensbeschouwing gaat ervan uit dat het ‘goed’ is voor de opvoeding van kinderen dat zij onderwis krijgen met de focus op meetbare resultaten. En liefst met vaste methodes tot die resultaten worden gebracht die door de overheid als kerndoelen zijn vastgesteld.

Materialistische bemoeizucht
Deze levensbeschouwing kunnen we kenschetsen als een materialistische levensbeschouwing. Deze gaat ervan uit dat de ontwikkeling van een mens meetbaar is, op vooraf vastgestelde te leveren prestaties kan worden aangestuurd, en dat dit goed is voor de ontwikkeling van ‘goed burgerschap en sociale integratie’.
Deze levensbeschouwing is alles behalve expliciet en ontbreekt mogelijk zelfs in het bewustzijn van de medewerkers van het ministerie van Onderwijs en de Onderwijsinspectie. Ze doordringt daardoor des te meer – ten diepste! – het onderwijs en daarmee de opvoeding van onze kinderen.
Hier is dus geen sprake van ‘vrijheid van onderwijs’!
De overheid bemoeit zich levensbeschouwelijk, didactisch en pedagogisch (ze komt in de klas kijken hoe het gaat!) met ons onderwijs (en neemt daarbij de ouders een deel van hun opvoedingsverantwoordelijkheid af).
Als je als ouder deze aanpak verwerpt, dan is het zaak om particulier onderwijs te organiseren en te betalen.
Vrijheid van onderwijs…
… ontstaat wanneer ouders een school mogen oprichten of kiezen met een eigen aanpak en dat deze zonder meer wordt bekostigd.
De overheid heeft vanzelfsprekend wel het recht in te grijpen bij misstanden en te controleren of de gelden aan datgene worden besteed waarvoor ze zijn toegekend.
Een manier om de zeggenschap die de ouders in feite toekomt over de opvoeding (en dus het onderwijs) van hun kind recht te doen, is om te werken met een kindgebonden onderwijsbudget, waarmee ouders onderwijs kunnen inkopen waar ze maar willen.
Eind oktober gaat er een petitie naar de tweede kamer om hierom te vragen. Teken deze petitie!

Kanttekening
Deze hele aanpak komt grotendeels wel voort uit goede bedoelingen. Over het algemeen gaat het de inspecteurs van de Onderwijsinspectie ook echt aan het hart of het goed gaat met de kinderen.

Wat zijn de consequenties van de overheidsinvloed op het onderwijs voor de opvoeding en het sociale leven?

Een Inspecteur van Onderwijs voor B3-scholen (niet door de overheid bekostigde, dus particuliere scholen) staat samen met de voorzitter van het bestuur buiten op het veld te kijken naar de spelende kinderen en vertrouwt haar toe:

Ik kijk eigenlijk niet zozeer naar wat de leerkrachten nou precies doen hoor, ik ben vooral de kinderen aan het waarnemen, ik kijk hoe het met de kinderen gaat.

Het natuurkundeproefwerk op de Vrije School. Een 15-jarige jongen krijgt een vraag waarbij hij de gemiddelde en maximale snelheid van een vuurpijl moet uitrekenen. De getallen in de opgave zijn zo gekozen dat er een niet-realistische uitkomst is (ongeveer 5 en 7 km/u).
Hetzelfde geldt voor een vraag over de snelheid waarmee een fietser aan de overkant komt. Deze jongen heeft zoveel ervaring met fietssnelheden dat een snelheid van 10 km/u voor een dagelijks ritje, door een gemiddeld mens, niet reëel overkomt.
Hij gaat beide sommen versleutelen om aan een ander antwoord te komen en krijgt een 5,5 voor zijn proefwerk in plaats van een 8,2 als hij de oorspronkelijke antwoorden had laten staan.
Wat het halen van een onderdeel van de (abstracte) leerdoelen betreft – het kunnen berekenen van de snelheid van een object aan de hand van een bepaalde formule – hoeft de uitkomst van de som niet verbonden te zijn met de werkelijkheid en dus ook niet met het kind.
Om aan te sluiten bij het kind, hem de zin te laten zien van het leren kennen van de aardse (en geestelijke) werkelijkheid van het leven, is het echter onmisbaar!
Dat dit kind geen zin heeft om naar school te gaan (zich er desondanks bij neerlegt) heeft hiermee te maken: de zin ontbreekt op déze school…

De bovenbouw Vrije School, tijdens een oudergesprek (10 min). De moeder van de veertienjarige jongen vraagt de leerkracht in een moderne taal hoe hij haar kind ziet. Hij antwoordt dat het een talig kind is, met een goed gevoel voor taal, bij vlagen geïnteresseerd en bij vlagen ook niet (zoals dat hoort bij een puber), en dat hij op het VWO op zijn plek is en diepgang nodig heeft volgend jaar om zich niet te gaan vervelen.
Verder:

Hij is eigenlijk altijd vrolijk. Hij heeft het geluk in zich. (De tranen springen hem in de ogen.) Hier hebben we het eigenlijk nooit over, hè? We hebben het altijd maar over de cijfers, maar hier gaat het toch werkelijk om, want daarmee gaat hij er komen in het leven.

● Gemeenschapsvorming en scholing: samen rondom kind en school
Volwassenen helpen het kind het meest, als ze zelf ook elke dag ‘leren van het leven’ – ook van het kind. Kenmerkend voor onze school is dat we een vernieuwende sociale omgangscultuur met elkaar willen vormgeven.
Hoe ziet dat eruit? Onder andere door geregeld met elkaar waar te nemen wat de kinderen willen en daarover in gesprek te gaan.
Deze omgangscultuur is belangrijk omdat kinderen zich ontwikkelen aan de voorbeelden in hun omgeving. Ouders kunnen kiezen op welke manier zij betrokken willen zijn bij onze school. Ook bepalen ze in welke mate zij mee willen doen in besluitvormingsprocessen, zoals over de ontwikkeling van de school, scholing en ontmoetingsbijeenkomsten.
Lees ook over onze gemeenschap.

● Kleinschaligheid
Kenmerkend zijn kleine klassen van (voorlopig) ongeveer 15 kinderen en een kleine school. De komende jaren verwachten we uit te groeien tot een school met drie combinatieklassen en een kleuterklas.
De visie voor de langere termijn bevat 6 klassen én een bovenbouw op dezelfde locatie.

● Onderwijs dicht bij de natuur
Zó kunnen kinderen eerbied ontwikkelen voor alles wat leeft, levensenergie opdoen, zich verbonden voelen met alles wat leeft en opgaan in het geheel.
Dát is de kracht van verbinding met de natuur.
Dit diepgewortelde gevoel heeft grote waarde voor de ontwikkeling van hun levensgevoel en voor de ontwikkeling van hun gevoel voor levensprocessen en sociale processen.

 

Volgende stappen
Gedurende het schooljaar 2017-18 verhuizen wij naar verwachting naar een locatie in het buitengebied van Zutphen, waar we een oude boerderij tot school verbouwen. Met weiland, bos, beek, moestuin, erf, werkplaats en een ‘zelfpluktuin’.
Enkele huizen staan eromheen voor bewoners die zich ook verbinden met (het verzorgen van) de school en het schoolterrein.
Klik voor een grotere afbeelding.

 

Moeder van een vergelijkbaar schoolinitiatief in België:

De natuur is eigenlijk mede-opvoeder voor de kinderen.