Kinderen van nu: sterkgevoelig op allerlei manieren

Een nieuwe generatie kinderen, nieuwe manieren van leren: dus een nieuwe school

De wereld is in de afgelopen honderd jaren dramatisch sterk veranderd. Daarmee is ook de leefwereld van de kinderen enorm anders geworden. De kinderen zelf zitten nu ook anders in elkaar dan de kinderen een eeuw geleden. De behoefte aan autonomie,  de groeiende mate van zelfbewustzijn, de hogere vermogens waarmee ze in de natuur en in het sociale leven ook het niet-zichtbare waarnemen, treden bij de huidige generatie kinderen steeds meer op de voorgrond.Een groeiend percentage (op dit moment 15 tot 20%)  van de kinderen in deze tijd hebben daarbij ook een sterkgevoelige aanleg. Zij hebben een lossere verhouding tot hun lichaam en daardoor vaak een ruimer bewustzijn van hun omgeving en van hun innerlijke belevingen. Juist het geestelijke is voor deze kinderen heel belangrijk en bepalend voor hun manier van leren. 

De gevoeligheid van deze kinderen kan op heel verschillende manieren tot uitdrukking komen, bijvoorbeeld in het niet makkelijk accepteren van grenzen (‘strong-willed)’, de behoefte te speuren naar de zin van het leven, een onduidelijk tijdsbesef en moeite met planning; het niet denken in stappen, het makkelijk verwisselen van oorzaak en gevolg. En nog meer. In elk geval heeft het grote consequenties voor het leren, dat niet vanuit ‘trial en error’ verloopt. ‘Ze leren vanuit het beeld en vanuit inzicht. Ze  leren ‘van boven naar beneden’ en daarmee keren ze de normale manier van leren om’[1].

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw laten kinderen merken dat ze anders leren en anders ‘relateren’ dan hen op school wordt gevraagd. Er treedt een scala aan nieuwe, vaak systeemgerelateerde, ‘leerproblemen’ op, waardoor er ineens wordt gesproken over kinderen met een aandachtsprobleem (ADD) en dit gecombineerd met over-beweeglijkheid (ADHD), kinderen met stoornissen in het autistisch spectrum en kinderen met problemen die lijken op andere ontwikkelingsproblemen maar het niet echt zijn (PDD-NOS). Beelddenken, of ‘rechterhersenhelftdenken’, al dan niet in combinatie met dyslexie en/of discalculie, komt ook steeds meer voor. We kunnen ons inmiddels afvragen: wat nemen de kinderen nu echt zelf als belemmering mee en  wat is in feite een oergezonde reactie op een ongezonde en belastende invloed van hun leefomgeving  (sommige vaccinaties, milieuvervuiling, landbouwgiffen, digitalisering, etc)? En vanuit hun leeromgeving, waar het economisch denken dat vanuit de politiek het onderwijsveld steeds meer in de greep houdt, alleen nog maar gekeken wordt naar de meetbare leeropbrengst als kwantitatieve, cijfermatige grootheid. De  druk om te moeten presteren is daardoor enorm groot. Geen wonder dat meer en meer kinderen vastlopen en afhaken…

 In onze ogen zijn alle kinderen pioniers: elk kind zal straks in de toekomst iets nieuws ontwikkelen, en laat dat nu als kind al zien in wat hij wil en kan. Voor de hooggevoelige kinderen springt dit het meest in het oog. ‘De hoogsensitieve kinderen die geboren worden zijn een uitdaging aan onze maatschappij om tot meer flexibele, meer individuele, meer op authenticiteit gebaseerde, meer beeldende, meer de creativiteit uitdagende en meer spirituele sociale vormen te komen.[2] Dus ook in het onderwijs.

Wij hebben in 2016 Talander opgericht om tegemoet te komen aan de behoeften van de kinderen van deze tijd.

[1] Hans Lemmens, Hoogsensitiviteit: handicap of ontwikkelingsvoorsprong? Brochure Centrum Sociale Gezondheidszorg   

[2] (Hans Lemmens, Hoogsensitiviteit, handicap of ontwikkelingsvoorsprong, een uitgave van het Centrum Sociale Gezondheidszorg).

 

Lees meer